OVERZICHT
De aangewezen plaats voor een langer verblijf van mensen in de ruimte zijn ruimtestations ( Space Stations ), die in een baan om de aarde draaien op een hoogte tussen de 300 en 500 km.
In ruimtestations maken astronauten gebruik van twee "buitenaardse" omstandigheden : afwezigheid van zwaartekracht en van atmosfeer.
In bemande ruimtestations worden onder gewichtsloze omstandigheden experimenten uitgevoerd op het gebied van biotechnologie, materiaalkunde, fysica en chemie.
Dit onderzoek is van belang voor de vervaardiging van nieuwe geneesmiddelen, eiwitten, bijzondere materiaallegeringen, enz...
Daarnaast schept gewichtsloosheid de mogelijkheid om grote ruimteschepen te bouwen voor toekomstige interplanetaire vluchten, bijv. naar Mars. Deze zullen te zwaar zijn om in één keer te worden gelanceerd, zodat men de onderdelen stuk voor stuk moet lanceren om ze in gewichtsloze toestand, in de ruimte samen te bouwen.
De afwezigheid van de atmosfeer is vooral nuttig voor astronomische waarnemingen met telescopen.
Bepaalde soort straling zoals UV wordt door de atmosfeer voor een groot deel geabsorbeerd, zodat
dergelijke straling afkomstig van sterrenstelsel, op aarde niet of moeilijk kan worden waargenomen.
Een ruimtestation bestaat in de regel uit meerdere modules die na elkaar worden gelanceerd en in de ruimte aan elkaar worden gekoppeld.
De energie wordt geleverd door de zon, middels grote zonnepanelen.
Voorts zijn één of meerdere modules voorzien van poorten waaraan ruimteschepen zoals de Soyouz en Progress ruimteschepen of de Shuttles kunnen aankoppelen. Dit is nodig voor de aan- en afvoer van bevoorrading, afval, wetenschappelijke instrumenten en last but not least van de bemanning.
In de afgelopen decennia zijn er verscheidene ruimtestations in de ruimte geweest van Russische en Amerikaanse makelij.
De Amerikanen zijn in 1973 begonnen met Skylab, een ruimtelaboratorium bestaande uit de bovenste trap van een Saturnusraket met een gewicht van ca 70 ton. In drie ploegen verbleven negen astronauten bijna zes maanden in de ruimte.
Meer informatie over Skylab is te vinden op NASA History
De Russen begonnen in 1971 met de Salyut en hebben sindsdien nog verscheidene ruimtestations in een baan om de aarde gebracht.
In 1986 werd een begin gemaakt met de opbouw van het MIR ruimtestation, met de lancering van de eerste module. Deze module was een gemodificeerde Salyut. Vervolgens zijn er nog een vijftal modules gelanceerd en gekoppeld aan de basismodule.
Het totale gewicht van MIR, die permanent bewoond werd door een driekoppige bemanning, bedroeg 137 ton. De MIR werd bevoorraad met de Soyuz en Progress ruimteschepen. In totaal hebben 104 astronauten de MIR bezocht, waarvan 62 van niet-Russische afkomst.
Tot het voorjaar van 2001 was MIR operationeel, waarna Rusland dit ruimteschip heeft laten terugkeren in de dampkring en heeft laten neerstorten in de Stille Oceaan.
Meer informatie over MIR is te vinden op MIR History
In 1998 werd begonnen met de bouw van een nieuw nog groter ruimtestation het International Space Station ISS, waaraan Amerika, Rusland, Europa, Canada en Japan deelnemen.
De bouw van dit ruimtestation waaraan reeds meer dan 2 jaar is gewerkt zal nogeens 3 a 4 jaar vergen alvorens het is voltooid. Het zal dan plaats bieden aan een zevental bemanningsleden.
Daar de bouw van dit ruimtestation nog in volle gang is en vanwege de omvang van dit zeer complexe internationale ruimtevaart project, wordt er op deze website meer aandacht aan besteed. Zie:
International Space Station ISS
Op de linker afbeelding hiernaast is te zien hoe het amerikaanse lab Destiny uit de Shuttle wordt geladen en gekoppeld aan ISS. De afbeelding daarnaast toont "Destiny" gekoppeld aan ISS in maart 2001. (Afbeelingen NASA)
Meer engelstalige informatie over de bouw van ISS vindt U ook op de website
Nasa Spaceflight
terug naar de homepage